Verhalen uit de praktijk
“Wij doen niet aan ‘kwaaltaal’, maar vinden elkaar in de muziek”
E. leerde vorig jaar het Maatjesproject kennen via een collega met MS. “Ik kwam haar tegen op de sportschool waar zij vertelde dat zij meeliep met de wandelclub. Het leek haar leuk als ik ook een keer meeging.”
E. leerde vorig jaar het Maatjesproject kennen via een collega met MS. “Ik kwam haar tegen op de sportschool waar zij vertelde dat zij meeliep met de wandelclub. Het leek haar leuk als ik ook een keer meeging.”
Van het een kwam het ander en via Ontmoet & Groet maakte E. kennis met trajectbegeleider Simone den Boeft. “Simone vroeg of ik geen vrijwilliger wilde worden. Eerlijk gezegd, voelde ik wel wat koudwatervrees, want ik heb zelf een beperking. Zo zie ik slecht: aan één oog maar met vijf procent.”
In de tussentijd ontmoette E. tijdens de tweewekelijkse inloop Ontmoet & Groet F. “We raakten aan de praat en het klikte meteen. We zijn allebei muziekliefhebbers en ik heb F. gevraagd of hij zou willen afspreken om samen te luisteren. De eerste keer samen was heel gezellig en nu zien wij elkaar elke twee weken.”
E. woont schuin tegenover de locatie waar F. geheugentraining krijgt. Hij heeft na een verkeersongeluk veertig jaar geleden hersenletsel opgelopen. E.: “De ene keer wacht ik hem daar op en lopen we naar mijn huis, de andere keer rijden we naar de Zandzee waar F. woont.”
E. heeft een online CD-winkel, F. schreef vroeger reportages voor muziekkrant OOR over grote namen als Frank Zappa en The Who. Gouden tijden waarin F. regelmatig pakketjes LP’s ontving om te recenseren of zelf in de bakken mocht struinen van platenzaak RAF aan de Rijnstraat in Amsterdam. “Ik ben wat ouder en altijd amateurmuzikant geweest. Ik speelde op mijn twaalfde klarinet in een dixielandbandje en later was ik basgitarist. Mijn belangstelling gaat uit naar popmuziek tot de jaren ’90 van de vorige eeuw. Daarna ben ik het spoor kwijtgeraakt. E. weet erg veel van muziek uit de jaren ’80 en kan mij daarover nog wat leren. Voor andere periodes geldt andersom hetzelfde.” Tegenwoordig schrijft F. op facebook stukjes over films die draaien in het filmhuis in Bussum.
De twee doen samen mooie ontdekkingen tijdens het muziek luisteren volgens F. “Laatst heb ik E. een heel goede gitarist laten horen die geweldig knap kan improviseren. Daar wordt hij dan weer heel blij van en zo stoken we elkaar op.”
“Inmiddels zeggen we alles tegen elkaar”, vult E. aan “We doen niet aan ‘kwaaltaal’, maar vinden elkaar in de muziek. Dat neemt niet weg dat we het wel belangrijk vinden om van elkaar te weten hoe we ervoor staan.”
Een keer is het tweetal naar een jazzconcert in theater Gooiland in Hilversum geweest. E: “Ik vroeg F. nog om mij de afstapjes aan te wijzen, maar dat schoot erbij in. Ik struikelde bijna, maar daar doen we dan niet dramatisch over. Een ongedwongen grapje over dat ‘ik bijna ter aarde stortte’ volstaat. Ik merk dat onze band steeds hechter is. F. vertelt mij nu dingen die hij eerst voor zichzelf hield. Dit contact is voor mij een verrijking. Dat geldt overigens ook voor de mensen die ik ken bij Ontmoet & Groet. Je weet wat er speelt en ziet steeds meer facetten van iedereen. Ik ben een mensen-mens en kan daar alleen maar van genieten.”
“Samen wandelen met V. maakt mijn woensdag veel leuker”
“Ik verveelde mij op woensdag en was al langer op zoek naar een maatje om mee te wandelen. Eerst heb ik een wandelmaatje gezocht op Facebook, maar dat liep uit op een teleurstelling. Daarom ben ik heel blij dat V. via het Maatjesproject op mijn pad kwam. Toevallig hebben we ook nog dezelfde voornaam”, vertelt V..
“Ik verveelde mij op woensdag en was al langer op zoek naar een maatje om mee te wandelen. Eerst heb ik een wandelmaatje gezocht op Facebook, maar dat liep uit op een teleurstelling. Daarom ben ik heel blij dat V. via het Maatjesproject op mijn pad kwam. Toevallig hebben we ook nog dezelfde voornaam”, vertelt V..
Elke week wandelt het tweetal zo’n anderhalf uur samen. “We gaan vaak naar de hei, maar ook naar het Corversbos of Einde Gooi en wandelen dan zo’n anderhalf uur”, zegt V. verder. “Wel het liefst in de natuur, want dan kan ik de vogels horen.”
Maatje V. heeft haar Vwo afgerond en besloot een tussenjaar te nemen. “Ik heb verschillende bijbaantjes, maar wilde daarnaast graag iets voor een ander doen. Iets wat naar mijn gevoel zinvol was. Op zoek naar vrijwilligerswerk kwam ik op de website van het Maatjesproject terecht.”
Het eerste gesprek tussen de twee met trajectbegeleider Leonore Hoogstraten ging goed volgens V.. “We hebben gezamenlijke interesses en besloten om samen te gaan wandelen. Ik vind de connectie tussen ons nog steeds heel fijn. We zijn actief bezig en praten over van alles. Of we kijken vogels, de hobby van V.”
De beide V’s. hebben autisme. Soms gaat het gesprek over ‘dingen die niet heel lekker gaan’, in de woorden van maatje V., maar niet heel vaak. “We hebben het vooral gezellig samen en genieten van de natuur. En als het slecht weer is, gaan we een enkele keer naar de film.”
Andere V. kende het Maatjesproject al langer van de kookclub waaraan zij meedoet. Deze vaste groep in Hilversum komt een keer per maand bij elkaar om samen te eten. Vrijwilligers helpen bij het maken van het voor-, hoofd- en nagerecht. “En nu heeft Leonore mij ook met V. gekoppeld. Gelukkig maar, want V. is echt heel lief. Samen wandelen met haar maakt mijn woensdag veel leuker. Ik vertel haar tijdens onze wandelingen over de vogels die we zien en horen. Sommige vogelgeluiden ken ik, maar bijvoorbeeld het Roodborstje en Winterkoninkje hebben geen gemakkelijke roep. Spechten wel. De Groene Specht lacht je uit, net alsof ie wilt zeggen: ‘je hoort me wel, maar je ziet me niet…’.”
Maatje V. vindt de ondersteuning van het Maatjesproject op een slimme manier geregeld. “Wij kunnen gewoon onze gang gaan, maar het is een fijn idee dat ik altijd op ze kan terugvallen, dat ze er op de achtergrond bij zijn. En ik ben natuurlijk blij dat er meteen een goede klik was tussen mij en V.. Dat heeft Leonore goed ingeschat.”
Hoelang de twee nog samen kunnen wandelen is lastig om te zeggen, want volgend jaar gaat V. studeren aan de universiteit. “Het hangt af van mijn rooster, maar ik verwacht dat er tijd over is om elkaar te blijven zien. Heel veel contacturen heb ik volgens mij niet. Ik hoop in ieder geval wel dat het lukt, want ik wil onze wandelingen liever niet missen.”
“R. en ik oefenen vaak begrijpend lezen. Dat blijft toch een belangrijk onderdeel van veel vakken”
“Rekenen, lezen, de antwoorden bekijken van mijn huiswerk”, somt R. op. De tienjarige leerlinge en N. hebben het druk elke donderdag. In de kamer van R. oefenen de twee dan samen de lessen van school. In het begin was het een beetje aftasten, maar de routine zit er nu goed in volgens N. die R. helpt met het schoolwerk. “We zijn samen naar de bieb geweest en nog steeds oefenen R. en ik vaak begrijpend lezen. Dat blijft toch een belangrijk onderdeel van veel vakken.”
“Rekenen, lezen, de antwoorden bekijken van mijn huiswerk”, somt R. op. De tienjarige leerlinge en N. hebben het druk elke donderdag. In de kamer van R. oefenen de twee dan samen de lessen van school. In het begin was het een beetje aftasten, maar de routine zit er nu goed in volgens N. die R. helpt met het schoolwerk. “We zijn samen naar de bieb geweest en nog steeds oefenen R. en ik vaak begrijpend lezen. Dat blijft toch een belangrijk onderdeel van veel vakken.”
Meestal vindt R. het leuk als N. komt. “Soms niet”, met een dramatisch gebaar pakt ze haar hoofd vast. “Dan ben ik moe en vind ik dat N. medelijden moet hebben”, lacht ze. N. lacht mee. “Als R. moe is gaan we eerst even kletsen, praten over hoe het op school is geweest. We gaan ook wel eens naar buiten. Laatst moest ik boodschappen doen en zijn we naar de winkel geweest.” N. kijkt R. aan. “Weet je nog? Je hebt toen geweldig geholpen met het optellen van het geld dat ik nodig had.”
N. heeft pedagogiek gestudeerd en bijles gegeven aan middelbare scholieren. “Een basisschoolleerlinge lesgeven is wel anders, maar ik vind het erg leuk om te doen. Vorig jaar had ik een tussenjaar en was ik op zoek naar interessant vrijwilligerswerk. Zo kwam ik bij het Maatjesproject terecht.”
Tijdens het intakegesprek met trajectbegeleider Ellen Kemp, was de klik er meteen. N: “In het begin sprak ik ook op de zaterdagen online af met R. voor een check. Nu beeldbellen we weinig meer. Het is minder nodig. Ik ben geen leerkracht en kan dus niets zeggen over haar niveau, maar ik merk wel dat R. veel beter begrijpt wat ze leest.”
Kijkend naar de scholiere die op de bank aandachtig meeluistert: “Vragen als: wie zegt dit? of waarom gebeurt dit nu? Kun je nu sneller beantwoorden toch?” R.: “Ja, en dan zeg jij dat het kwartje valt. Ik weet nu wat dat betekent.” N. lachend: “Mmm, ik zie ook dat je steeds bijdehanter wordt.”
De school heeft het Maatjesproject benaderd omdat R. die het naar haar eigen zeggen zeer naar haar zin heeft in groep 6, moeite had met technisch en begrijpend lezen. Moeder is blij met de hulp van N.. “Haar broertje heeft autisme en vraagt veel aandacht”, vertelt ze. “Daarom is het fijn dat N. er voor R. is.”
Aan het begin van het schooljaar heeft N. wat werk van de juf gekregen. Nu kijkt ze vooral naar het huiswerk van R.. “Ik lees haar rapporten en dat is voldoende. Door mijn studie pedagogiek weet ik waar ik lesstof kan vinden. De leerkracht en ik kijken op dezelfde websites. Zo gebruiken we bijvoorbeeld allebei rekenen.nl.”
Voorlopig gaat het zo goed dat N. het schoolmaatje van R. blijft. “Zolang school de meerwaarde ziet, lijkt het mij de beste oplossing om samen door te gaan.” R. is het daar helemaal mee eens. “Zonder N. is school veel moeilijker.”
“A. was niet alleen mijn taalmaatje, maar ook mijn mentor. Zij hielp mij met het begrijpen van de Nederlandse cultuur”
N. komt uit Japan. Zij en haar man hebben eerder twee jaar met veel plezier in Hilversum gewoond. In 2017 komt het stel terug naar Nederland met hun oudste dochter. Een jaar later verhuist het gezin naar Hilversum waar in 2019 hun jongste dochter wordt geboren. “Wij zijn de eerste keer in Hilversum terechtgekomen, omdat het bedrijf waar mijn man werkte hier een kantoor heeft”, legt N. uit. ‘Wij hadden het erg naar ons zin, maar na twee jaar moest mijn man voor zijn werk weer terug naar het hoofdkantoor in Tokio.”
N. komt uit Japan. Zij en haar man hebben eerder twee jaar met veel plezier in Hilversum gewoond. In 2017 komt het stel terug naar Nederland met hun oudste dochter. Een jaar later verhuist het gezin naar Hilversum waar in 2019 hun jongste dochter wordt geboren. “Wij zijn de eerste keer in Hilversum terechtgekomen, omdat het bedrijf waar mijn man werkte hier een kantoor heeft”, legt N. uit. ‘Wij hadden het erg naar ons zin, maar na twee jaar moest mijn man voor zijn werk weer terug naar het hoofdkantoor in Tokio.”
Weer terug in Tokio merkten N. en haar echtgenoot dat zij het leven in Nederland misten. De competitieve samenleving in Japan legt een grote druk op een jong gezin volgens N. “Bovendien was mijn man op zoek naar een nieuwe uitdaging. Hij heeft een masterstudie gevolgd aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en vond daarna werk in Almere. Daardoor konden wij in 2018 weer terugkeren naar Hilversum.”
N. leerde het Maatjesproject kennen via de Voorleesexpress. “Een vrijwilliger kwam bij ons langs om mijn oudste dochter voor te lezen. De trajectbegeleider vertelde over het taalmaatjesproject. Ik was meteen geïnteresseerd. De kinderen zitten op een Nederlandse school en ik merk dat ze steeds meer Nederlands spreken. Ik wilde de taal ook graag oefenen.”
N. is gekoppeld aan A.. Deze Hilversumse zet zich momenteel voor het derde jaar in voor het Maatjesproject. “Ik ben eerder het maatje geweest van een oudere dame. De laatste paar maanden van haar leven woonde zij in een verpleeghuis, waar zij is overleden. Ik vind het fijn dat ik haar gezelschap heb kunnen bieden, maar haar overlijden had een grote impact op mij. Ik wilde mijzelf rust gunnen en tegelijkertijd ook nog steeds iets voor een ander doen.”
In overleg met de trajectbegeleider van het Maatjesproject bleek vrijwilligerswerk als taalmaatje goed bij A. te passen. “Ik ben logopedist en heb daardoor veel affiniteit met taal. Dat sluit natuurlijk goed aan.”
Tijdens het eerste gesprek klikte het meteen tussen A. en N. “Het was een goede match”, blikt A. terug. “N. had al veel taalbegrip, maar het zelf maken van zinnen vond zij nog moeilijk. Zij wilde vooral het spreken oefenen. Ook was N. erg nieuwsgierig naar het dagelijks leven in Nederland en de cultuur.”
In plaats van aan een tafeltje te zitten om lesjes te maken, besloot het tweetal om eropuit te gaan. A.: “We zijn naar de markt geweest. Ik vertelde N. de Nederlandse woorden van de dingen die wij tegenkwamen. Bijvoorbeeld de namen van groente. We wisselden recepten uit bij een kopje koffie in Mout.”
Ook is A. verschillende keren met N. naar Museum Hilversum geweest. “Ik ben erachter gekomen dat dit de plek bij uitstek is om een taal te leren. Tijdens de tentoonstelling van de Zilveren Camera hebben N. en ik aan de hand van de foto’s over verschillende wereldonderwerpen gesproken, variërend van queer en extinction rebellion tot oorlog en religie.”
In Japan was N. lerares Engels op een middelbare school. “Tijdens onze eerste ontmoetingen had ik daarom veel vragen aan A. over haar baan en het onderwijs in Nederland. Later hebben we over veel meer dingen gesproken. Ik wil de manier van denken van Nederlanders begrijpen. Ons museumbezoek, maar ook de bezoekjes aan de markt hebben daarbij geholpen. A. was niet alleen mijn taalmaatje, maar ook mijn mentor. Zij hielp mij met het begrijpen van de Nederlandse cultuur. Het taalmaatjesproject is nu afgerond, maar A. en ik hebben afgesproken elkaar nog te blijven zien. Daar ben ik heel blij om.”
“Als tandemmaatjes konden wij al onze zorgen bij elkaar kwijt”
“Het contact met een tandemmaatje is intiemer en persoonlijker dan met een gewoon maatje. Je hebt beide een psychische kwetsbaarheid en begrijpt elkaar daardoor helemaal. Iets wat ik niet zo snel aan anderen zou vertellen, vertelde ik wel aan D. Als tandemmaatjes konden wij al onze zorgen bij elkaar kwijt”, zegt M.
“Het contact met een tandemmaatje is intiemer en persoonlijker dan met een gewoon maatje. Je hebt beide een psychische kwetsbaarheid en begrijpt elkaar daardoor helemaal. Iets wat ik niet zo snel aan anderen zou vertellen, vertelde ik wel aan D. Als tandemmaatjes konden wij al onze zorgen bij elkaar kwijt”, zegt M.
Zij en D. hebben acht maanden met elkaar opgetrokken. Elke maandag was er tijd voor elkaar om boodschappen te doen, een stukje te rijden met de scooter, de hond uit te laten of gewoon met een kopje thee in de tuin te zitten om bij te praten. M.: “We zijn ook samen naar de herstelweek geweest van GGZ centraal.”
D. heeft de cursus ervaringsdeskundige via het Maatjesproject bij het herstelnetwerk gevolgd. Nu volgt ze de voltijds opleiding om ook op professioneel niveau te kunnen werken als ervaringsdeskundige. “Ik loop stage bij het Cliënten Informatiepunt van de Regenbooggroep in Amsterdam. Mensen met psychische klachten kunnen ons bellen om hun verhaal te doen of vragen te stellen.”
Door dit werk heeft D. het zo druk dat het niet meer lukt om M. wekelijks te zien. “We zijn geen tandemmaatjes meer, maar we bellen nog wel met elkaar. Dankzij het contact met M. heb ik wel ontdekt hoe mooi en fijn het is om iemand met een psychische kwetsbaarheid te helpen. Het heeft mij op het idee gebracht om de opleiding Ervaringsdeskundige te volgen. Ik hoop dat ik na de opleiding hierin een baan kan vinden.”
M. kijkt met plezier terug op de tijd dat D. haar tandemmaatje was. “Ze stimuleerde mij om dingen aan te pakken. Gaf altijd haar mening als ik haar vroeg hoe zij het zou doen. Ook hielp zij mij met gesprekken die ik heb met mensen die op de woongroep willen komen wonen of werken. Op dit moment heb ik geen tandemmaatje en mis ik D.. Het was heel gezellig met haar en wij vonden het allebei jammer om voor de laatste keer ‘dag’ te zeggen. Het zou fijn zijn om weer een tandemmaatje te hebben. Het liefst een maatje met een scooter. Zelf heb ik alleen een fiets en een taxipas, maar die kan ik niet te vaak gebruiken.”
Ook D. kijkt met plezier terug op de tijd met M. “Zij is een fijne vrouw. Mijn wekelijks bezoek gaf haar houvast. We hadden een hechte band samen, waarbij wij elkaar in onze waarde lieten. M. vrolijkte altijd op als ik kwam en daar werd ik weer dan weer blij van. Ik denk dat we elkaar wel weer een keer tegenkomen. M. woont gelukkig niet heel ver weg.”
“A. voorlezen is echt heel leuk! Leuker zelfs dan ik van tevoren had gedacht”
M. pakt een gekleurde bal van de tafel. Springend en dan weer liggend met de benen omhoog op de grote hoekbank noemt A. de kleuren op: “Groen, geel, rood…”. “En welke bal is groot en welke bal is klein?”, vraagt M. verder. A. pakt de kleine bal en stuitert ermee. “Die is klein.”
M. pakt een gekleurde bal van de tafel. Springend en dan weer liggend met de benen omhoog op de grote hoekbank noemt A. de kleuren op: “Groen, geel, rood…”. “En welke bal is groot en welke bal is klein?”, vraagt M. verder. A. pakt de kleine bal en stuitert ermee. “Die is klein.”
Dan is het tijd om voor te lezen. M. heeft het kartonnen prentenboekje mee dat A. al kent. Zijn handjes gaan juichend omhoog, want de vierjarige is dol op het boekje over de dieren in de dierentuin. “Zebra!” klinkt het zonder aarzelen met een vingertje wijzend naar het plaatje en waggelend door de woonkamer weet A. ook de pinguïn na te doen en te benoemen. Later in het verhaal blazen M. en A. alle kleuren van de dieren weg. Gelukkig weet A. de kleuren ook weer terug te toveren door deze op te zeggen.
Als het boekje uit is, denkt M. even tijd te hebben voor de schrijfster van dit stuk. Niets is minder waar, want A. wil graag nog een boekje lezen. Dit keer volgt het tweetal een kat met een bolletje wol en tellen zij samen de vogels op de lijn. Het driejarige zusje van A. komt erbij zitten. Ook voor haar is de wekelijkse komst van M. een feest.
“Ik werk via een detacheringsbureau als beleidsadviseur Jeugd en Onderwijs bij verschillende gemeenten”, vertelt M. nadat de twee boekjes uit zijn en het drietal samen een spelletje heeft gespeeld met rode en groene appels, gele peren en blauwe pruimen. “Dat is heel leuk werk, maar ik miste het contact met mensen. Ik zocht naar verdieping en verbinding en kwam via mijn werk op het spoor van de Voorleesexpress. In Hilversum, waar ik net naartoe was verhuisd, organiseert het Maatjesproject dit initiatief. Nu lees ik A. wekelijks voor en dat vind ik echt heel leuk! Leuker zelfs dan ik van tevoren had gedacht.”
De moeder van A. is blij met de komst van M.. Haar oudste zoon heeft een maatje via de Voorleesexpress gehad en ook voor haar jongste zoon heeft ze bij het Maatjesproject aangeklopt . “A. wordt in juli vier, maar is nog traag in taal”, vertelt ze. “Ik spreek Nederlands, maar voorlezen is lastig. Daarom is het fijn dat M. komt. A. gaat nu ook naar een nieuwe peuterspeelzaal waar de leidsters meer aandacht voor hem en zijn taalontwikkeling hebben. Ik zie dat hij het daar erg naar zijn zin heeft.”
M. merkt na een half jaar voorlezen verschil. “A. begint te praten. Toen ik hier net kwam, was dat veel minder. Hij wilde geen woorden herhalen en het was snel genoeg. Nu is hij steeds enthousiaster: vandaag kwam hij voor de eerste keer zelf met het idee om een tweede boekje te lezen. Dus ja, ik zie zeker ontwikkeling. Misschien helpt de nieuwe peuterspeelzaal ook daarbij.”
Het komende half jaar blijft M. voorlezen bij A. thuis. Daarna volgt een evaluatie. Misschien blijft ze wel langer, want ook het jonge zusje van A. doet graag mee en duwt M. de boekjes in de hand. “Ook zij heeft er plezier in en daar ben ik blij om. Kinderen meegeven dat lezen leuk is, is voor mij een belangrijke reden om mee te doen met de Voorleesexpress.”
“Thom en ik doen leuke dingen samen. Elke dinsdag is daardoor een fijne afwisseling in mijn week”
T. zit op dit moment met een burn-out thuis en is blij met het gezelschap van maatje Thom. “We zijn leeftijdsgenoten, 26 en 28 jaar en het klikte direct. Via mijn begeleider bij Kwintes ben ik in contact gekomen met het Maatjesproject. Ik was net een week ingeschreven toen trajectbegeleider Jacquelien Thom voorstelde. Dus ik heb geluk gehad. Thom komt elke dinsdag bij me langs en dat is een fijne afwisseling in mijn week. We gamen, eten snacks en binnenkort gaan we misschien wel samen de hei op. Ik heb een Boomer poedel en Thom heeft ook een hond. Het idee is dat de twee honden binnenkort met elkaar kennismaken en we samen gaan wandelen.”
T. zit op dit moment met een burn-out thuis en is blij met het gezelschap van maatje Thom. “We zijn leeftijdsgenoten, 26 en 28 jaar en het klikte direct. Via mijn begeleider bij Kwintes ben ik in contact gekomen met het Maatjesproject. Ik was net een week ingeschreven toen trajectbegeleider Jacquelien Thom voorstelde. Dus ik heb geluk gehad. Thom komt elke dinsdag bij me langs en dat is een fijne afwisseling in mijn week. We gamen, eten snacks en binnenkort gaan we misschien wel samen de hei op. Ik heb een Boomer poedel en Thom heeft ook een hond. Het idee is dat de twee honden binnenkort met elkaar kennismaken en we samen gaan wandelen.”
De favoriete games van dit duo zijn shooter games, racespelletjes en multiplayer games. Ook darten de twee graag. T. geniet van de competitie tussen hemzelf en Thom. “Het ligt eraan wie wint. Thom is heel goed in de schietspellen, ik ben iets sterker in het racen, denk ik. Naast het gamen, praten we ook veel met elkaar. Daar heb ik veel aan.”
Thom heeft een commerciële rol in de cybersecurity, de bedrijfstak die zich bezighoudt met het voorkomen van datalekken. “Ik geniet van mijn werk, maar ik wil ook maatschappelijk wat toevoegen. Dan ga je nadenken: wat wil ik? Wat is leuk? Wat kan ik er zelf van leren? Via het internet ben ik aanraking gekomen met het Maatjesproject. Op de site stonden alle mogelijkheden voor vrijwilligerswerk overzichtelijk opgenoemd. Het sprak mij meteen aan en ik heb contact gezocht. Ik stond zo’n drie weken als vrijwilliger ingeschreven toen de Jacquelien mij vroeg of ik kennis wilde maken met T.”
Behalve samen gamen, vindt Thom het ook waardevol om met T. te praten over hun leven. “Onze levens verschillen best van elkaar. T. en ik hebben beide een partner, maar ik verwacht bijvoorbeeld in de zomer mijn eerste kindje. Daarnaast houd ik van het buitenleven en geef ik naast mijn baan barbecueworkshops. Het is heel mooi om te merken dat T. ook meer interesse in mijn leven krijgt. Mijn gevoel is dat onze band gelijkwaardiger wordt elke keer dat we elkaar vaker zien. We luisteren met begrip naar elkaar, maar ik durf het ook te zeggen als ik iets op een andere manier aangepakt zou hebben.”
Ook ziet deze vrijwilliger het helemaal zitten om met de honden de hei op te gaan. “Onze honden zijn nu nog wat jong en wild, maar dit zit zeker in de planning. Ik denk ook dat het goed is voor T. om de deur zo veel mogelijk uit te gaan. Naar buiten gaan, dagelijks gezond koken en goed voor jezelf zorgen is belangrijk, maar niet voor iedereen vanzelfsprekend. Ik denk dat het goed is om het ook daarover met elkaar te hebben. Of T. iets aan mijn gezelschap heeft gehad? Al is het maar voor één procent, dan nog geeft dit mij genoeg voldoening.”
“Ik kijk ernaar uit om mijn contact met Peter op een vriendschappelijke basis voort te zetten.”
Peter en F. hebben al bijna twee jaar contact met elkaar. “Waarom zou ik het niet doen?”, is het antwoord van Peter op de vraag over zijn aanmelding als vrijwilliger bij het Maatjesproject. “Als ik iemand een stapje verder kan helpen, doe ik dat graag.”
Peter en F. hebben al bijna twee jaar contact met elkaar. “Waarom zou ik het niet doen?”, is het antwoord van Peter op de vraag over zijn aanmelding als vrijwilliger bij het Maatjesproject. “Als ik iemand een stapje verder kan helpen, doe ik dat graag.”
In zijn werk als orthopedagoog heeft Peter jongeren met problematiek begeleid op middelbare scholen. Ervaring die hij in zijn contact met F. goed kon inzetten. “F. was niet in goeden doen toen wij elkaar leerden kennen. Hij was Hilversum eigenlijk nooit uitgekomen en kende de bossen en heide niet. We hebben een jaar lang elke week met elkaar gewandeld. Ik woon al ruim veertig jaar in de Mediastad en ken de omgeving goed. Bijna elke keer wist ik wel een nieuw rondje om te lopen.”
Het contact met Peter hoort voor F. bij een periode waarin hij besloot zijn leven weer op te pakken. “Mijn moeder was overleden en ook een goede vriend ben ik kwijtgeraakt, maar in plaats van bij de pakken neer te zitten, wilde ik verantwoordelijkheid nemen. Ik heb mijn huis opgeruimd en via Versa welzijn contact gezocht met het Maatjesproject. Zo kwam Peter in mijn leven.”
Na een jaar samen wandelen is het traject van dit dynamische duo verlengd, maar krijgt het wel een ander karakter. F.: “Ik heb mijn hobby biljarten weer opgepakt en dat gaat heel goed. Ik speel drie keer per week, doe mee met allerlei wedstrijden, ontmoet mensen en mijn agenda is weer gevuld. Daardoor ga ik nu ook met andere vrienden meer naar buiten. Peter en ik hebben daarom afgesproken om ieder om de beurt iets leuks te bedenken.”
Peter heeft in de nieuwe setting het spits afgebeten en F. uitgenodigd om een film die hij in Ethiopië heeft gemaakt te bekijken. Ook heeft het tweetal samen geluncht. “Volgens mij vond F. het erg leuk. Ik zie dat hij het nu een stuk drukker heeft met biljarten en andere afspraken. Dat is alleen maar goed.”
Het wandelen heeft F. zeker geholpen. “Het contact met Peter was gezond voor mij en ik had in die tijd veel behoefte om met iemand te praten. Vaak hadden we het over de dagelijkse dingen: hoe ik geslapen had, wat ik had gegeten en gedaan. Op dat moment waren die gesprekken erg waardevol voor mij. Het voelde dan ook niet goed om na een jaar het contact te beëindigen en ik ben blij dat het traject is verlengd. Wel zie ik ernaar uit om mijn contact met Peter op een andere, meer vriendschappelijke basis voort te zetten.”
Ook Peter wil F. graag blijven zien, zij het met een andere insteek. “We zijn in het verleden een paar keer naar een museum geweest, hebben een kijkdag van Veilinghuis Van Spengen bezocht en een kasteeltje bekeken. Dat was altijd erg gezellig en het is leuk om dit soort uitjes te blijven organiseren samen. Zolang F. wat aan onze vriendschap heeft, ben ik niet de persoon die er een punt achter zet.”
Korte verhalen
Een vrijwilliger van het Schoolmaatjesproject
Dankbaarheid van een Schoolmaatje
Ik wil jou, en alle mensen die meegeholpen hebben bij het jubileumfeest, heel erg bedanken. Het was allemaal fantastisch georganiseerd! De sfeer was geweldig en ik heb de activiteiten met veel plezier gedaan. Leuk ook om andere vrijwilligers te ontmoeten.
Ik ben Schoolmaatje omdat ik vind dat ik best iets voor een ander kan doen zonder ervoor betaald te worden en dat geeft voldoening. De activiteiten die jullie organiseren maken het extra fijn om vrijwilliger te zijn bij het Maatjesproject.
Een school met een leerling van een schoolmaatje
Jan Karel, een Vrijwilliger van Goud!
Tot ieders verrassing gaat M. naar TL. Vrijwilliger Jan Karel stelde voor om hem eventueel 2 x per week te gaan begeleiden. Daar gaan ze het volgende keer over hebben. Ook stelde Jan Karel voor om hem aan het begin van de Middelbare school misschien ook nog even bij te staan. Dat zou hartstikke fijn zijn! Vanuit huis krijgt hij geen ondersteuning. Die Jan Karel is echt een gouden vent!!
Één van onze taalmaatjes
De Voldoening van een Taalmaatje
Bedankt Stichting Maatjesproject Gooi en Vechtstreek. Weer weten jullie mij te verrassen met een warme groet en een fijne attentie. Het is dankbaar werk om mensen te kunnen helpen. Ik doe dat met taal. Als je dan ziet dat de taalles een heel positief effect heeft op onze nieuwe Nederlanders, geeft dat ook een blij gevoel. Een paar mensen hebben daardoor een leuke baan gevonden. Taal verbindt ! Leuk hè!
Eén van onze schoolmaatjes
Van Taalachterstand naar Taalgevoel: Hulp voor A.
SchoolMaatje C. begeleidt al een jaar de slimme, maar sociaal kwetsbare A. met een grote taalachterstand. Door te lezen, opdrachten te maken en vooral veel te praten, leert A. zich te uiten over zijn gevoelens en ervaringen.
C. ontdekte hoe eenzaam een taalachterstand is: A. begrijpt anderen niet en wordt zelf niet begrepen, wat een schaduw werpt op zijn vrolijke aard. Ze zijn recent gestart met lezen in zijn moedertaal, die hij ook gebrekkig beheerst.
Ondanks de inzet zijn de wekelijkse twee uur niet toereikend. C. benadrukt dat iedereen moet meewerken om kinderen als A. echt vooruit te helpen.
Eén van onze taaldeelnemers
Het Maatjesproject: De Weg naar Werk
Ik heb goed nieuws! Ik heb een baan gevonden. Dankzij Nestor heb ik mijn Nederlands aanzienlijk verbeterd en door mijn taalvaardigheid was de werkgever onder de indruk, dus ik kreeg meteen een aanbod.
Heel erg bedankt dat jullie dit project uitvoeren! Het betekent veel voor me!